Circulaire installaties: de juiste reden, de verkeerde argumentatie?
- Circulair Bouwen
- Artikel
Circulair ontwerpen is altijd een goed idee. Minder primaire grondstoffen, langer meegaan van materialen en efficiënter gebruik van installaties zijn daarom logische stappen richting een duurzamere bouwsector. Het debat over circulaire installaties wordt echter vaak gevoerd met milieu-impact als argument. En van die foute framing moeten we heel snel af.
In de huidige rekenmethodes van de Milieuprestatie Gebouwen (MPG) worden installaties, net als veel niet-conventionele bouwmaterialen, onterecht als grote milieubelasting gezien. Dit komt niet door hun werkelijke impact, maar door systematische fouten in de achterliggende rekenmethodiek die bepaalde materialen en systemen disproportioneel zwaar laten meewegen.
Hierdoor wordt een warmtepomp, ventilatiesysteem of zonnepaneel gezien als een groter milieuprobleem dan de betonconstructie van een gebouw – een nogal absurde uitkomst die niet overeenkomt met de werkelijkheid. Metalen gaan het in de nieuwe rekenmethode op basis van de EN15804-A2 set beter doen, maar is het zogenoemde probleem dan opgelost? En zonnepanelen? Die hebben hun CO2-impact vaak al ruim binnen drie jaar terugverdiend. Naast het probleem van de disproportionele rekenmethode is er ook impact door de vervangingsfactor van installatieonderdelen over de levensduur.
Het effect? We richten de zoektocht vooral op minder installaties. De compensatie wordt gezocht in meer bouwmaterialen (Passiefhuis) of men kiest voor installaties die op de lange termijn juist meer (schaarse) energie verbruiken. Maar belangrijker nog: het leidt af van de werkelijke prioriteiten in het tegengaan van de toenemende impact van klimaatverandering, veroorzaakt door de toepassing van conventionele bouwmaterialen.
Slimmer ontwerpen
De opgave voor circulaire installaties moet dan ook liggen in slimmer ontwerp (modulair en losmaakbaar) waardoor de installatie of onderdelen ervan veel langer meegaan dan de standaard levensduur. Daarnaast moet er meer aandacht naar het optimaliseren van installatieprincipes (hoe gebruik je er zo min mogelijk van) en het elimineren van overregulering (dimensioneren op basis van extreme weerspieken die nauwelijks nog voorkomen).
Het creëren van een hergebruik-industrie (die er voor de kostbare metalen waarmee installaties worden gemaakt natuurlijk ook al volop is) lijkt gezien de innovaties die elkaar steeds sneller opvolgen lastig. De keuze tussen refurbished en nieuw met betere functionaliteit, uitgebreidere specificaties en volledige fabrieksgarantie is door de consument snel gemaakt. Ook in de zakelijke markt wordt de keuze gemaakt voor garanties en de nieuwste technieken. Modulaire en demonteerbare installaties (onderdelen) zijn nuttig, maar alleen als ze zorgen dat de basisstructuur van de installatie ook écht langer meegaat en functioneel blijft.
De verkeerde focus door rekenmodellen
De problemen met de MPG-methodiek zijn breder dan alleen installaties. Ook veel bouwmaterialen van bio- of secundaire grondstoffen worden in veel gevallen onterecht als milieubelasting aangemerkt, terwijl essentiële aspecten zoals energie-efficiëntie, biogene opslag en substitutie effecten onvoldoende worden meegewogen.
Dit leidt tot verkeerde ontwerpkeuzes en gaat voorbij aan waar echte milieuwinst te behalen valt. De focus ligt nu op producteigenschappen: is het in de verre toekomst herbruikbaar, in plaats van op de werkelijke milieu-impact: gebruiken we NU minder grondstoffen en is de klimaatimpact NU binnen begrenzing van het Parijse klimaatakkoord. Dit zorgt voor een industrie waarin installaties worden geoptimaliseerd voor hergebruik zonder dat dit een netto milieuwinst oplevert.
Bovendien zijn installaties grotendeels opgebouwd uit metalen zoals koper en aluminium, materialen die al uitstekend worden gerecycled door de waarde die de grondstoffen hebben. Installaties en dan met name de metalen kennen dus al een hoge mate van circulariteit.
Hoe maken we installaties beter voor milieu en klimaat?
Echte circulariteit in installaties vraagt om een fundamentele herziening van het systeem waarbinnen wordt ontworpen, geengineerd en toegepast. In plaats van ons blind te staren op ‘hergebruik’ als heilige graal, moeten we naar de totale impact kijken. Dat betekent:
- Slimmer ontwerpen van installaties waardoor ze langer meegaan: Modulair en losmaakbaar ontwerpen zodat installaties of onderdelen ervan langer meegaan dan de standaard levensduur. Daar gaan echter helaas vaak grote buitenlandse fabrikanten over, die deze problematiek niet als hoogste prioriteit op de innovatielijst hebben staan.
- Optimaliseren van installatieprincipes: Installaties efficiënter inzetten en slimmere keuzes maken waardoor er minder installaties toegepast worden. Waarom bijvoorbeeld een compleet huis voorzien van een watergedragen warmtepompsysteem met vloerverwarming terwijl de verwarming boven zelden aan is?
- Elimineren van overregulering: Installaties dimensioneren op basis van realistische omstandigheden in plaats van op extreme weerspieken die nauwelijks voorkomen. Dat vraagt om een aanpassing van de NTA8800, die volledig wordt beheerst door de advieswereld en bedrijfsleven en niet door de overheid.
- Herziening van de MPG-rekenmethodiek inclusief achterliggende normen zodat installaties niet onterecht als grote milieubelasting worden beschouwd en er een eerlijker beeld ontstaat van hun werkelijke impact.
- Energie-efficiëntie als vertrekpunt: Een installatie die minder energie gebruikt gedurende haar levensduur, heeft uiteindelijk een veel grotere positieve impact dan een systeem dat enkel circulair is ontworpen.
Door deze aanpak te hanteren, richten we ons op de echte uitdagingen binnen de energietransitie, materialentransitie en circulaire opgaven én bouwen we aan een sector die daadwerkelijk bijdraagt aan duurzaamheidsdoelen.
Conclusie
Circulair ontwerpen is essentieel, maar we moeten niet in de val trappen van oneigenlijke argumentatie. Installaties zijn geen groot milieuprobleem en kunnen juist fors bijdragen aan het oplossen van klimaatproblemen. Laten we ons richten op wat echt telt: installaties die langer meegaan, slimmer presteren en minder primaire grondstoffen nodig hebben. Dáár zit de echte milieuwinst. Echter, er zijn urgentere problemen om op te lossen binnen de bouwsector...